De mollenvangst wordt jaarlijks bijgehouden. Na een stijging is een daling in gevangen mollen ingezet. Voor het jaar 2009/2010 is het de verwachting dat het aantal verder zal afnemen.
· 2006-2007 : 3564
· 2007/2008 : 4234
· 2008/2009 : 2973
Roelof Pasman struint van half oktober tot april kilometers dijken af op zoek naar kleine gravers. Kleinere gravers dan de muskusrat, want dat is niet de enige niet welkome gast in onze dijken. Pasman haalt een klem uit de grond, maakt ‘m open en werpt de vangst iets verderop in de bosjes. “Die is voor de kraaien.”
Via AB Oost, van oudsher bekend van de agrarische bedrijfsverzorging, maar inmiddels ook werkzaam in de bouw, grond-, weg- en waterbouw, metaalsector, groenvoorziening en transportsector, wordt mollenvanger Pasman ingezet om de veiligheid van dijken te waarborgen. Daarvoor moeten zoveel mogelijk van de gravende dieren worden weggevangen. Stroperij als vak? “Nee, nee, nee”, klinkt het resoluut. “Eigenlijk vind ik het sneu voor die beestjes. Ik heb veel liever dat ze daar zitten”, en wijst naar de bosschage aan de rand van het doodlopende slingerweggetje langs de dijk. “Als ze niet in de dijken graven, hoef ik ze ook niet te vangen. Maar tja…, ze luisteren zo slecht.”
Pasman is één van de negen mollenvangers actief in het werkgebied van Groot Salland. Een echt buitenmens als je ‘m zo ziet lopen op de dijk in nevelig weer met een wollen muts tegen de koude wind. “Een buitenmens moet je ook wel zijn, net zoals jullie muskusrattenvangers. Mijn werk als mollenvanger valt in de herfst en winter. Dan is het vaak niet het mooiste weer. Normaal gesproken gaat het mollenvangen altijd door. Alleen bij vorst niet. In bevroren grond vallen de klemmen niet dicht.”
Ook al zijn mollen maar kleine ‘beesies’, ze kunnen het begin van een flink beschadigde dijk zijn. Door de gaten die ze graven kunnen bij hogere waterstanden situaties ontstaan van uitspoeling. “De dijk wordt als het ware dan steeds een stukkie kleiner”, licht de mollenvanger toe. “Daarbij maken konijnen en soms zelfs beverratten ook graag gebruik van een gang die door een mol is gegraven. Dat moeten we voorkomen. Voor de veiligheid is het wegvangen van mollen echt wel nodig.”
Een fulltime functie is het niet. En ook al doet Pasman het nu al zo’n 10 jaar, verveling komt in zijn werkwoordenboek niet voor. Het buiten zijn met je kop in de wind, de vrijheid die je ervaart, steeds weer op mooie en nieuwe plekken komen: het zijn redenen die hij moeiteloos opsomt, terwijl hij de schep in de grond steekt en al leunend op de steel zijn verhaal vervolgt. “Weet je wat het nadeel is van mollen? Ze kunnen goed zwemmen. Bij hoogwater zwemmen ze gewoon naar de dijk toe en maken ze halverwege de dijk hun gangenstelsel. Hoe natter het bij dijken is, hoe meer mollen er zitten.Als uiterwaarden vollopen, weet ik vaak al genoeg.”
De werkzaamheden van de AB Oost-man bestaan voor 50% uit mollen vangen en voor 50% uit totaal iets anders. Zijn groene laarzen stappen in de zompige grond. Het klinkt wat chique over zijn lippen als hij zegt: “Voor de andere helft ben ik rundveepedicure. Runderen met klauwzeer, die hoefbevangen zijn of zweren onder de poten hebben, behandel ik. Ook prachtig om te doen. Er zit een hele wereld achter joh!”Al weglopend: “Ik maak dit stuk dijk nog even af. Kom vast nog wel wat vangsten tegen. Ajuus!”
Waterschap Groot Salland | Dr. van Thienenweg 1 |
Postbus 60 | 8000 AB Zwolle | t (038) 455 72 00 | info@wgs.nl
De mollenvangst wordt jaarlijks bijgehouden. Na een stijging is een daling in gevangen mollen ingezet. Voor het jaar 2009/2010 is het de verwachting dat het aantal verder zal afnemen.
· 2006-2007 : 3564
· 2007/2008 : 4234
· 2008/2009 : 2973
