Gelezen in de Stentor, editie NW-Overijssel
6 MEI 2006 - MASTENBROEK - In het oneindige laagland van Mastenbroek, langs de Groene Steeg, staat een verlaten wit busje van waterschap Groot Salland.
De eigenaar, Jan-Willem Hekman, loopt een goeie honderd meter verderop langs de slootkant. Een klein dozijn miniscule oranje vlaggetjes geven exact aan waar hij moet zijn. Hekman, rattenvanger van beroep, heeft de dag ervoor bij elke vlaggetje een klem gezet en controleert nu de oogst. Bij de derde klem is het raak: een bruine vacht dobbert roerloos in het donkere veenwater. ‘Een ram’, klinkt het gedecideerd, terwijl Hekman de dode muskusrat uit de klem bevrijdt. Op het water verschijnt een olie-achtige substantie. ‘Kijk maar, dat is de muskusolie. Die wordt alleen geproduceerd door een mannetje.’
Hekman, een jonge krachtige vent, spreekt steevast met veel respect over zijn ‘tegenstander’. Hij heeft er een haat-liefde-verhouding mee. ‘Het beest zorgt voor veel schade aan dijken en wegen, dus wat wij doen is noodzaak. Bovendien is het een uitheemse soort. Hij hoort hier gewoon niet thuis. Aan de andere kant is het een heel mooi beest. Als je ‘m ziet zwemmen, dat ziet er gewoon prachtig uit.’
Alsof de duvel ermee speelt, ziet Hekman twintig meter verderop iets bewegen. ‘Daar zwemt er één, dat moet het vrouwtje zijn’, fluistert hij, terwijl hij als een jager dichterbij sluipt. De muskusrat ruikt echter het gevaar en duikt onder. Hekman springt er achteraan, maar grijpt mis. Teleurgesteld druipt hij af. ‘Ach, morgen vind ik haar
waarschijnlijk wel in de klem.’
Het zijn de dagelijkse beslommeringen van een fulltime rattenvanger. Dag in dag uit ploetert Hekman door het zware veengebied op zoek naar zijn prooi. Hij heeft een vast werkgebied in het noordwestelijke deel van de Mastenbroeker polder en hij kent er inmiddels iedere grasspriet. Die kennis is essentieel om een goede rattenvanger te zijn, vindt Hekman, net als liefde voor de natuur en een goedontwikkel jachtinstinct. ‘Dit vak is niet voor iedereen weggelegd. Je moet er talent voor hebben. Stropers zijn eigenlijk de beste rattenvangers, die hebben er een neusje voor.’ Zelf is het vak hem met de paplepel ingegoten. Zijn vader was rattenvanger. Van hem leerde hij de kunst van het opsporen van de muskusrat. ‘Ik heb genoeg aan de kleinste aanwijzing’, klinkt het niet zonder trots. ‘Krabsporen langs de oever van een sloot verraden een muskusrat, net als schuinafgevreten gras en zwemsporen in het water. Als er ijs op de sloten ligt, is het helemaal makkelijk. Je volgt gewoon de luchtsporen onder het ijs en je weet waar de pijp (rattengang, red.) is. Ligt er veel voer voor de ingang, dan weet je dat de rat thuis is. Is de pijp droog, dan woont er niemand meer.’
Volgens Hekman is het wel een eenzaam beroep. ‘Je moet er tegen kunnen elke dag in je eentje te zijn. Ik vind het juist heerlijk om de hele dag in de natuur rond te struinen. Soms is het fysiek heel zwaar. Maar de inspanning houdt je ook gezond. Ik heb een conditie als een beer en ben bijna nooit ziek.’
Waterschap Groot Salland | Dr. van Thienenweg 1 |
Postbus 60 | 8000 AB Zwolle | t (038) 455 72 00 | info@wgs.nl
