Dijkvegetatie onder de loep

Sinds de wet op de waterkeringen (1996) moeten de dijken iedere 6 jaar getoetst worden op veiligheid. Bovendien moet er voortaan bij het onderhoud van de dijk rekening gehouden worden met andere functies van de waterkering en deze bevorderen. De grasmat is een bekledingstype, dat meer functies tegelijk kan vervullen: de waterkerende functie kan gecombineerd worden met natuur(behoud).

Een dijk is niet alleen een leefgebied van bepaalde soorten planten en dieren, maar fungeert ook als verbindingsbaan tussen geïsoleerde populaties van soorten. Ook kan verbreiding naar nieuwe leefgebieden langs deze weg plaats vinden. Bovendien dienen de dijken vaak als laatste toevluchtsoord voor soorten die niet in het aangrenzend agrarisch landschap kunnen leven. Een natuurlijke begroeiing van dijken vormt een goede ondersteuning van de Ecologische Hoofdstructuur.

Het beheer van de dijken is gericht op verschraling van de bodem. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Enerzijds leidt een relatief lage beschikbaarheid van voedingsstoffen tot een grote verscheidenheid aan plantensoorten en daardoor tot een verhoging van de natuurwaarde, anderzijds leidt het tot een goede doorworteling. Doordat de planten meer moeite moeten doen voor hun voeding, investeren ze in hun wortelstelsel. De mate van doorworteling speelt een belangrijke rol bij de erosiebestendigheid. Hoe uitgebreider en gevarieerder het wortelpakket en hoe homogener de ruimtelijke verdeling ervan is, des te groter is de erosiebestendigheid. De doorworteling koppelt de bodemdeeltjes en voorkomt uitspoeling ervan. Omdat de verschillende plantensoorten elk een eigen wijze van wortelgroei hebben, ontstaat bij een grote verscheidenheid aan plantensoorten een goede doorworteling van de zode.

Een ander belangrijk element van de erosiebestendigheid van de dijkbegroeiing is de bedekking. De bedekking van de bodem door de vegetatie zorgt voor een eerste bescherming van de bovenlaag tegen aanslag van golven en stroming. Op open plekken zal de grond als eerste wegspoelen. Omdat elke plantensoort haar eigen voorkeursplek in de vegetatie heeft, zal bij een grote rijkdom aan soorten de bedekking optimaal zijn. Ook hiervoor geldt dus dat het effect van verschraling tweeledig is: een verbetering van de bedekking en een verhoging van de natuurwaarde.

Sinds 2003 wordt op alle dijken die in het beheersgebied van Waterschap Groot Salland liggen, de grasmat onderzocht op erosiebestendigheid en natuurwaarde. Het consequent uitgevoerde en langjarig maaibeheer waarbij de bodem wordt verschraald, levert de volgende resultaten:

  • Zowel de beworteling als de bedekking en daarmee ook de erosiebestendigheid vertoont een enorme verbetering. Dit gebeurt niet alleen op de zanddijken, maar ook op de kleidijken.
  • Het graslandtype verschuift van soortenarme hooilandweilandtypen met een lage tot matige natuurwaarde naar soortenrijke hooilanden/weilanden met een hoge natuurwaarde.

Hieruit blijkt duidelijk dat met het huidige maaibeleid de ontwikkeling naar een goede erosiebestendigheid èn de ontwikkeling naar een hoge natuurwaarde op de dijken hand in hand gaan.