- Homepage
- Ruimte voor water
- Grondzaken
- Taken in grondzaken
Taken in grondzaken
Het team grondzaken bestaat uit 2 grondmakelaars, 4 grondverwervers en 3 medewerkers grondzaken. Onze werkzaamheden kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën:
Aankoop
Voor het waterschap is het in diverse gevallen noodzakelijk om over de eigendom van de grond te beschikken. Het verwerven van gronden doet het waterschap in de meeste gevallen projectmatig voor waterlichamen.
Verkoop
De omvang van de bezittingen van het waterschap en het gebruik van de grond brengt met zich mee dat het waterschap met enige regelmaat verzoeken binnen krijgt tot medegebruik of verkoop van grond/percelen. Bij keringen zal in principe geen sprake kunnen zijn van verkoop. Voor andere gronden geldt een 'Ja, mits…' beleid. Dit houdt in dat gronden kunnen worden verkocht als het waterschap ook na de verkoop zijn taak onbelemmerd kan blijven uitvoeren, dan wel dat de beschikking van de grond ten behoeve van het waterschap op een andere wijze is gewaarborgd. Criteria bij verkoop zijn onder meer: frequentie van gebruik, importantie, het belang van het waterschap en het maatschappelijk belang. Overtollige eigendommen, gronden die voor de waterschapstaken niet nodig zijn en die niet uit strategische overwegingen moeten worden behouden, worden tegen marktconforme prijzen te koop aangeboden.
Beheer
De gronden die het waterschap in bezit heeft met het oog op realisatie van projecten op de korte en middellange termijn, kunnen worden ingebracht in een grondbank. Grond die in eigendom is bij het waterschap kan, als de functie dit toelaat, in gebruik worden gegeven aan derden. Voordat de grond wordt uitgegeven moet eerst zijn bepaald of de grond met uitsluiting van ieder andergebruik door het waterschap zelf benodigd is. Slechts indien dit niet het geval is kan de grond aan derden in (mede)gebruik worden gegeven. Voorbeelden van bovengenoemd "in (mede) gebruik geven" zijn:
- Pacht
- Jachtrecht
- Visrecht
- Huur
Pacht
Sinds 1 september 2007 zijn de regels omtrent pacht opgenomen in boek 7 van het BW. Pacht is van toepassing indien de grond agrarisch wordt aangewend. De definitie uit de wettekst luidt: “Pacht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verpachter, zich verbindt aan de andere partij, de pachter, een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de pachter zich verbindt tot een tegenprestatie.” Het huidige pachtrecht maakt het mogelijk gronden voor kortlopende termijnen te verpachten zonder risico op vastlegging. Sinds 1 september 2007 is met name de pacht van los land in belangrijke mate geliberaliseerd. Het waterschap sluit alleen geliberaliseerde pachtcontracten voor een periode van 6 jaar of korter. Voor deze contracten geldt het dwingend pachtrecht niet, de pachter heeft geen opzeggingsbescherming, geenvoorkeursrecht en er vindt geen pachtprijstoets plaats. Partijen hebben contractsvrijheid.
Jachtrecht
De grondeigenaar of gebruiker krachtens beperkt recht is gerechtigd tot het genot van de jacht en hij kan dit verhuren. Op nagenoeg alle eigendommen van Waterschap Groot Salland die daarvoor geschikt zijn, is het jachtrecht verhuurd. In een enkel geval geschiedt dat, op grond van bestaande afspraken, nog aan een particuliere jager. Gestreefd wordt naar verhuur aan Wildbeheereenheden. De Flora- en Faunawet die in 2002 van kracht is geworden, definieert een Wildbeheereenheid als een rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van jacht(akte)houders en anderen dat tot doel heeft te bevorderen dat jacht, beheer en schadebestrijding, al dan niet ter uitvoering van het door de faunabeheereenheid opgestelde faunabeheerplan, wordt uitgevoerd mede in samenwerking met en mede ten dienste van grondgebruikers of terreinbeheerders. Ook voor het genot van de jacht hanteert het Waterschap Groot Salland uniforme prijzen per hectare.
Om een jachthuurovereenkomst te krijgen dient de aanvrager over een geldige jachtakte te beschikken.
Visrecht
Het waterschap kan voor water dat zijn eigendom is aan derden vergunning verlenen om, eventueel onder voorwaarden, te vissen. De laatste jaren maakt het waterschap van die mogelijkheid geen gebruik meer. Het recht om te vissen kan ook worden verhuurd en momenteel gelden er meerdere huurovereenkomsten voor verschillende wateren, verspreid over het hele waterschapsgebied. De huurders zijn onder te verdelen in beroepsvissers en hengelsportverenigingen/-federaties.
De beroepsvissers ontlenen aan hun huurovereenkomsten het recht om met verschillende vistuigen te vissen op aal. De hengelsportverenigingen/-federaties ontlenen aan hun huurovereenkomst het recht om aan hun leden vergunningen uit te geven voor het vissen met hengels op schubvis. De visstand is van invloed op de waterkwaliteit en daarom heeft visstandbeheer de aandacht van de afdeling Waterkwaliteit en ecologie. Om die reden wordt gestreefd naar verhuur aan een of twee grote hengelsportfederaties die op dat gebied deskundige gesprekspartners kunnen zijn. De vraag of verhuur van aalvisrecht met het oog op de teruglopende aalstand nog wenselijk is, heeft de aandacht van de genoemde afdeling. De regels die gelden bij het verhuren van visrecht zijn te vinden in de Visserijwet 1963.
Huurovereenkomsten moeten worden goedgekeurd door de kamer voor de Binnenvisserij, die huurprijs en bepalingen toetst op redelijkheid en wijzigingen of verlenging kan voorschrijven. Het Waterschap Groot Salland hanteert uniforme huurprijzen per hectare die de instemming hebben van de kamer.
Huur
Het Burgerlijk Wetboek definieert huur in Titel 4 van Boek 7 als volgt: huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. Tenzij er sprake is van een zogenaamde publiekrechtelijke overeenkomst of tenzij de Pachtwet van toepassing is, is er altijd sprake van huur als aan alle navolgende criteria is voldaan:
• overeenkomst;
• gebruik van een zaak of een gedeelte daarvan;
• tegenprestatie (art. 201 lid 1).
Er zijn diverse huurregimes te onderscheiden, afhankelijk van het al dan niet betrekking hebbend op een roerende dan wel onroerende zaak. Ook van belang is de bestemming: Woonruimte, (middenstands)bedrijfsruimte of overige ruimte. Als er sprake is van huur van onbebouwde grond gelden slechts de regels van art. 201 tot en met 230 BW. Voor partijen geeft dit meer contractsvrijheid.











