Grondwater

Het neerslagoverschot zakt weg in de bodem, waardoor het grondwater wordt aangevuld. De inzijgingsgebieden, waar regenwater infiltreert, staan aan het begin van de grondwaterstroming. Belangrijke inzijgingsgebieden zijn de hoge stuwwallen van de Sallandse heuvelrug. Het grondwater stroomt van hoog naar laag via goed waterdoorlatende lagen en komt uiteindelijk aan het eind van de grondwaterstroming in de laaggelegen gebieden als kwel weer te voorschijn. De ondoorlatende geohydrologische basis vormt de ondergrens van het grondwatersysteem. Globaal loopt in het beheersgebied de grondwaterstroming naar het (noord)westen in de richting van IJssel, Vecht en IJsselmeer.Op de watersysteemkaart van de watervisie zijn de belangrijkste (permanente) inzijgings- en kwelgebieden aangegeven. Grote delen van het gebied zijn, afhankelijk van de grondwaterstand, afwisselend inzijgings- of kwelgebied. In natte perioden stroomt het grondwater naar het oppervlaktewater toe en In de doorlatende zandgronden zakt het grondwater binnen enkele dagen weg als de oppervlaktewaterpeilen niet worden gehandhaafd. Grote delen hiervan hebben gedurende een langere tijd van het jaar geen oppervlaktewaterafvoer, zodat waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van wateraanvoer voor het handhaven van de peilen en daarmee de grondwaterstand.

waterbeheer