U kunt hier lezen over de bestrijding van muskusratten en beverratten. Het Waterschap Groot Salland is verantwoordelijk voor de muskusratten- en beverrattenbestrijding in West-Overijssel. Dagelijks zijn achttien bestrijders in het veld om de populatie in de hand te houden.
| Algemene informatie | |
|---|---|
![]() | |
In het begin van de vorige eeuw nam een Tsjechische graaf van een jachtreis door Alaska een paar pelsdiertjes mee naar huis. Voor de aardigheid. Vijf donkerbruine exemplaren – inclusief staart – ruim een halve meter lang, met een opvallend glanzende zijdezachte vacht. Hij zette ze uit in een visvijver op zijn buitenverblijf in Bohemen, voerde ze nog een tijdje bij met wortels en aardappelen en hield zich een seizoen in bedwang. Toen ging de graaf op jacht en legde er in korte tijd meer dan dertig neer. De graaf bleek achteraf toch niet zo’n heel goede schutter. Tien jaar later schatten de deskundigen het aantal dieren in een straal van honderd kilometer rond het buitenverblijf op ongeveer twee miljoen! Europa had er in een klap een nieuwe diersoort bij: de muskusrat.Vanuit Bohemen trok de muskusrat de rest van Europa door. In 1941 werd hij voor het eerst in Nederland gesignaleerd. Dat was in de Brabantse Dommel, even onder Valkenswaard. In het waterrijke Nederland voelde hij zich snel thuis. Muskusratten blijven niet op één plaats. Tweemaal per jaar, in het voorjaar en najaar, gaan ze op zwerftocht. Vooral de mannetjes zien daarbij niet op tegen flinke afstanden. Soms leggen de wel een paar kilometer per dag af.
De beverrat komt uit de meer tropische oorden in Zuid-Amerika. Ook hij werd meegenomen als jachttrofee. In eerste instantie vormde hij nog geen plaag voor Europa. Hij was nog niet gewend aan de strengere Europese winters. Maar inmiddels kan de beverrat beter tegen de kou en breidt hij zich snel uit over Nederland. Maar nog steeds zijn er ’s winters doodgevroren beverratten te vinden.
Wat is nu het probleem met deze uitheemse, over Europa uitgezworven, charmante donkerbruine diertjes? Dat is hun vernielzucht en hun haast ongeremde voortplantingsdrift. Daardoor is de bestrijding van de muskusrat en de beverrat in ons land zelfs bij de wet geregeld. Ze vormen een regelrechte bedreiging voor onze dijken en andere waterwerken. En de enorme aantallen muskus- en beverratten maken dat probleem alleen maar groter.
De muskusrat is berucht om zijn knaaglust. Hij is verzot op waterplanten, vooral op de onderste stengeldelen en wortels. Hele rietkragen vreten ze op, terwijl die juist bij uitstek geschikt zijn om de oever te beschermen. Gevolg van hun eetlust is dat oevers gaan afkalven en inzakken, met alle dure herstelwerkzaamheden van dien.
De muskus- en beverrat beperkt zich niet alleen tot waterplanten. Ook veel landbouwgewassen hebben hun interesse. Voor menig boer vormen hun culinaire uitstapjes jaarlijks een flinke schadepost. Maar het meest berucht zijn de beestjes als wroeter. Niet voor niets zijn ze familie van de woelrat. En weer zijn het dan de dijken en de oevers die het moeten ontgelden, want daarin graven ze bij voorkeur hun hol. Plus het uitgebreide gangenstelsel naar dat hol toe. Bij kleinere dijken betekent dat een forse aanslag op de stabiliteit.
Hun gewroet zorgt ook voor een extra toevoer van grond op de bodem van sloten en vaarten, waardoor de waterafvoer kan stagneren. Met hun gegraaf, vaak net onder het wateroppervlak, zorgen ze voor gevaarlijke situaties. Ze ondermijnen de grond zodat er – vooral vlakbij de holen – allerlei onzichtbare ‘valkuilen’ voor mensen en landbouwmachines ontstaan. Ook voor het laten verzakken van wegen draaien de muskusratten en beverratten hun pootjes niet om.
Muskusratten en beverratten leven in families. En die zijn buitengewoon talrijk. Het hol wordt gegraven in (begroeide) slootkanten. De in- en uitgangen zijn vrijwel nooit zichtbaar, die liggen onder de waterspiegel. De bruine gravers zijn uitstekende zwemmers, echte waterratten, die moeiteloos tijden onder water kunnen blijven. De gangen lopen vanaf de ingang schuin omhoog naar de ‘nestkom’, de eigenlijke woonkamer. En daar gebeurt het allemaal.
In de nestkom worden de jongen geboren. In ons voor de muskusrat ideale klimaat (voor de beverrat iets minder) vindt die blijde gebeurtenis per jaar zo’n drie tot vier keer plaats. Elke worp telt gemiddelds vijf of zes jongen. De beverrat krijgt drie keer per jaar jongen, zes tot tien per worp. En als de herfst wat zacht uitvalt, produceren de jongen uit de eerste worp (april) in het najaar zelf hun eerstelingen. Als vuistregel geldt dat het echtpaar muskusrat of beverrat ongeveer twintig nakomelingen per jaar produceert. Dit is een voortplantingssnelheid die de beheerders van de oevers in Drenthe en Overijssel -de waterschappen- voor grote problemen stelt.

De muskusrat wordt vaak met andere knaagdieren verward. Vooral met de woelrat, bruine rat en beverrat. Een duidelijk signalement van de muskusrat kan daarom geen kwaad. Een volwassen muskusrat meet – met staart – ruim een halve meter. Hij is dus een stuk groter dan de woelrat en de bruine rat. Maar het opvallendste verschijnsel zit in zijn staart. Die is niet alleen bijna even lang als hijzelf, maar bovendien aan de zijkant afgeplat. Net een palingstaart. Geen ander zoogdier in Nederland heeft zo’n staart. De muskusrat heeft een stompe kop met kleine, nauwelijks zichtbare oren. De pels kan variëren van roodbruin tot donkerbruin, maar bijna zwarte exemplaren komen ook voor. De buik is grijs tot vaalwit. Opvallend zijn de korte poten waarop het dier zich voortbeweegt. De achterpoten zijn overigens bijna driemaal zo groot als de voorpoten.

Een beverrat weegt ongeveer tien kilo en kan – van kop tot staart – wel honderd centimeter lang zijn. Anders dan de muskusrat, heeft de beverrat een ronde staart die van dik naar dun loopt. Verder is hij te herkennen aan zijn grote, oranje voortanden. Tussen zijn tenen heeft hij zwemvliezen. Beverratten kom je overdag bijna niet tegen, evenmin als muskusratten. Ze leven met name ’s nachts.
De schade die het leger muskusratten en beverratten op heel veel plaatsen kan veroorzaken en de bedreiging voor onze waterkeringen zijn aanleiding geweest om de beestjes officieel tot ongewenste vreemdeling te verklaren. En er is actie ondernomen om de aantallen en de activiteiten van de ratten terug te dringen. In Drenthe en Overijssel gebeurt dat onder verantwoordelijkheid van de waterschappen Groot Salland, Regge en Dinkel, Reest en Wieden, Velt en Vecht, Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest. De waterschappen hebben hiervoor muskusrattenbestrijders in dienst. Het vangen – en vooral het opsporen – van muskusratten is een vak apart, dat een bijzondere ervaring en techniek vereist. De bestrijders zijn goed thuis in de water- en natuurwereld. Op die manier kunnen ze de muskusrat op zijn eigen terrein de pas afsnijden.
Het vangen van beverratten en muskusratten gebeurt met de grootste zorgvuldigheid. De vangmiddelen worden steeds aangepast aan de situatie. Dit is nodig om te voorkomen dat andere dieren, zoals bijvoorbeeld vissen, bruine ratten en woelmuizen worden gevangen. Op landelijk niveau wordt steeds gezocht naar manieren om de vangmiddelen te verfijnen, zodat deze dieren niet worden gevangen.
Beverratten worden levend gevangen. Om te zorgen dat een beverrat niet onnodig lang in een kooi zit opgesloten, controleren de bestrijders de kooien dagelijks. In het weekend worden de kooien zelfs helemaal gesloten.
Melden van een muskusrat
Het melden van de aanwezigheid van muskusratten door boeren burgers en buitenlui is het grootste deel van het jaar van belang. In de maanden maart, april, september en oktober heeft melding geen zin omdat de ratten dan op trektocht zijn en zich verspreiden over grote afstanden. Alleen als in deze periode muskusratten regelmatig op dezelfde plaats met voedsel in de bek zwemmen of duiken, wordt melding op prijs gesteld. Melding via een e-mail naar het waterschap heeft de voorkeur. Daarnaast kunt u op werkdagen tussen 10.00 uur en 12.00 uur uw melding telefonisch doorgeven via het nummer 0522-461046.
Waterschap Groot Salland | Dr. van Thienenweg 1 |
Postbus 60 | 8000 AB Zwolle | t (038) 455 72 00 | info@wgs.nl
